Nederlandse spelregels voor Lorcana

In het strategische kaartspel Lorcana ben je een Illumineer die met gebruik van magische inkt een team van glimmers oproept en zo Lore verzamelt. De spelregels van Disney’s Lorcana vind je in het Engels, Frans, Duits en Italiaans op hun eigen website en in de Lorcana app. Maar we geven je hier graag een beknopte versie in het Nederlands.

Wil je meer lezen over Lorcana, het verhaal en de verschillende soorten kaarten? Lees dan hier verder.

Wat heb je nodig?

Je speelt Lorcana met twee of meerdere spelers. Iedere speler heeft een eigen deck nodig van minimaal 60 kaarten, bestaande uit één of twee soorten inkt en iedere versie van een kaart mag maximaal vier keer in het deck voorkomen.

Je hebt ruimte nodig om kaarten op tafel te leggen en aan de zijkant een aflegstapel te hebben. Daarnaast heb je iets nodig om de puntentelling mee bij te houden. Je houdt bij hoeveel schade je kaarten hebben en je telt het aantal lore punten dat iedere speler al heeft verzameld.

Je eigen speelveld ziet er dus tijdens het spelen zo uit.

Voorbereiding

Staan jij en je tegenstander(s) in de startblokken om het spel te spelen en hebben jullie elk een eigen deck van minimaal 60 kaarten, met één of twee soorten inkt en maximaal vier stuks van iedere versie van een glimmer?
Let’s go!

  • Schud je deck en leg deze aan de zijkant van het speelveld.
  • Trek de bovenste 7 kaarten van je deck en neem deze in de hand.
  • Zorg dat alle lore tellers op 0 staan.
  • Starthand aanpassen: iedere speler mag er nu voor kiezen om ongewenste kaarten uit de hand af te leggen en te vervangen door nieuwe kaarten van bovenop de stapel. Schud vervolgens de ongewenste kaarten opnieuw door het deck.

Zo verloopt een beurt in Lorcana

Een beurt is opgedeeld in twee delen. De eerste fase is de beginfase, gevolgd tot de hoofdfase. We leggen eerst kort de stappen uit. Verderop vind je meer uitleg over wat iedere stap in de hoofdfase betekent.

De beginfase

In de beginfase doorloop je drie stappen:

  1. READY – leg alle gedraaide kaarten op je speelbord weer rechtop.
  2. SET – Controleer of er effecten zijn die automatisch aan het begin van je beurt activeren en volg hun instructies.
  3. DRAW – Trek de bovenste kaart van je deck. Let op: De beginspeler mag geen kaart trekken in zijn eerste beurt.

De handelingen uit de beginfase voer je pas uit aan het begin van je beurt. Ga dus niet je kaarten alvast terugdraaien terwijl een andere speler bezig is. Heb je de drie stappen doorlopen, dan gaan we naar…

De hoofdfase

Nu begint het echte nadenken!

  • Allereerst mag je eens per beurt een kaart toevoegen aan je inkwell (inktpot).

Vervolgens kun je kiezen uit verschillende acties, die je uit mag blijven voeren tot je niks meer kunt of niet verder wil. Deze acties zijn:

  • Een kaart spelen.
  • Een eigenschap van een karakter inzetten die ze geen inspanning kost.
  • Een item activeren.
  • Een actie uitvoeren met een karakter wat al sinds het begin van je beurt op tafel ligt.

Inspanning

Er zijn verschillende acties die inspanning kosten om ze uit te voeren. Het gevolg hiervan is dat je de karakterkaart een kwartslag draait nadat je de actie hebt uitgevoerd. Zo zie je dat het karakter al bezig is en dus geen andere acties meer mag uitvoeren. Je kunt een kaart pas weer opnieuw gebruiken nadat je de kaart in de beginfase recht hebt gelegd of als een effect ervoor zorgt dat je dit al eerder mag doen.

De acties die inspanning kosten zijn:

  • Op queeste gaan.
  • Een karakter van de tegenstander uitdagen.
  • Een andere actie die inspanning kost.

Naast de acties die altijd inspanning kosten, vind je op sommige karakterkaarten eigenschappen staan die ook inspanning kosten om uit te voeren. Deze herken je door het symbooltje van een zeshoekje met draaiende pijl er in.

De acties in de hoofdfase

Alle onderdelen uit de hoofdfase vind je hieronder verder toegelicht:

Vul de inktpot

Je inkwell (inktpot) is de plaats waar je je inktkaarten bewaart. Deze kaarten leg je naast elkaar met de afbeelding naar beneden onderaan je speelveld. Met deze inktkaarten betaal je om kaarten uit je hand te mogen spelen.

Iedere beurt mag je één kaart uit je hand toevoegen aan de inkwell. De kaart die je hiervoor kiest moet het inkwell icoontje hebben linksboven (een gekleurde cirkel rondom de zeshoek). Deze kaart is daarna enkel 1 inkt waard en kun je niet meer op andere manieren gebruiken, dus denk goed na!
Om een kaart aan de inkwell toe te voegen laat je de kaart aan je tegenstander zien en leg je hem vervolgens met de afbeelding naar beneden in het rijtje.

Speel een kaart

Er zijn vier soorten kaarten. De karakterkaarten speel je het meest. Dit zijn je favoriete Disney-figuren die je een actie kunt laten uitvoeren, de uitdaging aan laat gaan of op een queeste stuurt. Op de itemkaarten vind je herkenbare items waarvan je het effect meerdere keren in het spel kunt activeren. Actiekaarten blijven niet op het speelveld liggen. Op het moment dat je een actiekaart uit je hand speelt, voer je het effect meteen uit en leg je de actiekaart vervolgens af.
Als laatste heb je liedkaarten. Je kunt ze op dezelfde manier spelen als actiekaarten, maar ze kosten je niet altijd inkt. Wanneer een van je karakterkaarten op tafel kan zingen, kun je ervoor kiezen om de liedkaart gratis te spelen. Om dat te mogen doen moet het karakter wel minstens evenveel inkt kosten als de liedkaart.

Je speelt een kaart door deze vanuit je hand op tafel te leggen, met de afbeelding naar boven. Om dit te mogen doen, moet je de inkt kosten betalen. Hoeveel inkt een kaart kost, staat in het zeshoekje linksboven in de hoek. Staat er een 3, dan betaal je de kosten door drie inktkaarten uit je inktpot een kwartslag te draaien.

Vervolgens speel je de kaart. Je legt hem open midden op je speelveld.
Let op! Een karakterkaart kun je nog niks laten doen tot de volgende beurt. Hun inkt moet eerst meer kans krijgen om te drogen!
Een itemkaart kun je wel direct gebruiken nadat je hem gespeeld hebt.
Wanneer je een actiekaart speelt, betaal je de juiste hoeveelheid inkt en voer je vervolgens direct de opdrachten op de kaart uit. Daarna leg je de actiekaart af op je aflegstapel.
Als laatste heb je liedkaarten. Dit zijn een soort actiekaarten, maar ze kosten niet altijd geld. Op een liedkaart staat: ‘A character with cost X or more can exert to sing this song for free.’ Dit betekent dat een karakter met een gelijke of hogere inktkosten als het lied, deze kan zingen waarbij het inspanning in plaats van inkt kost. Je kunt er dan voor kiezen om het karakter het lied te laten zingen, het karakter een kwartslag te draaien en vervolgens de de acties op de liedkaart uit te voeren. Daarna leg je de liedkaart op je aflegstapel.

Ga op queeste

Het bekendere Engelse woord hiervoor is ‘quest’. Je stuurt een karakter dus op avontuur. Als je dit doet draai je de karakterkaart een kwartslag en mag je de lore punten op de kaart optellen bij jouw totale lore score. Deze handeling brengt je dus dichter naar de overwinning.

Hoeveel lore punten een karakterkaart heeft, zie je rechts van de eigenschappen op de kaart. Het zijn de witte stervormige icoontjes met een dikke, zwarte rand.

Uitdagen

Wil je de tegenstander tegenhouden? Dan ga je een van zijn karakters uitdagen. Let op: Je kunt alleen karakters uitdagen die inspanning leveren, die dus gedraaid op het speelveld liggen. Dit doe je door een van jouw karakterkaarten op het speelveld een kwartslag te draaien. Vervolgens kies je welke van de gedraaide karakterkaarten van de tegenstander je uitdaagt. Beide karakterkaarten krijgen schade van de ander tijdens deze uitdaging.

Hoeveel schade je aanricht en ontvangt zie je op je kaart. Naast de naam van de karakterkaart staan twee getallen. Het linkergetal staat voor de kracht en het rechtergetal voor het doorzettingsvermogen.
Als Tinker Bell dus een tegenstander uitdaagt richt zij 4 schade aan. Dit aantal trek je af van het doorzettingsvermogen van de tegenstander. Als de tegenstander een kracht heeft van 3, trek je dat af van Tinker Bell’s doorzettingsvermogen. Zij blijft dan dus in het spel met een doorzettingsvermogen van 2 (5-3=2). Heeft een van de kaarten een doorzettingsvermogen van 0 of minder, dan wordt de kaart verbannen en op de aflegstapel gelegd.

Gebruik een andere eigenschap

Veel items en karakters hebben eigenschappen die je tijdens je beurt kunt gebruiken. Deze staan genoemd in het grote vlak onder de afbeelding op de kaart. Soms heeft een van de eigenschappen een prijs om deze uit te mogen voeren. Dan staat er een draai ioontje – wat betekent dat het inspanning kost, of staat er een getal met een zeshoekje – wat voor inkt kosten staat.

Belangrijk is om te onthouden dat een kaart alleen gebruikt mag worden als hij nog geen inspanning geleverd is en dus nog niet een kwartslag gedraaid is. Zo gauw een kaar een kwartslag gedraaid is – of het nou een karakter, item of inkt is – kan deze niet nogmaals ingezet worden tijdens je beurt!
Heb je geen kaarten meer om acties te kunnen uitvoeren of wil je geen acties meer uitvoeren? Dan is je tegenstander aan de beurt.

Einde van het spel

De eerste persoon die 20 lore heeft verzameld door zijn karakaterkaarten vaak genoeg op queeste te sturen, is dat winnaar.

Handige woorden

Glimmers – Met een glimmer wordt een van de speelkaarten bedoeld. In het verhaal achter Lorcana is een glimmer een karakter of element dat tot leven komt.

Lore – Dit staat voor verhalen en vertellingen. Je herkent het misschien wel uit de term ‘folklore’, wat gaat over volksverhalen. In het spel zijn het de overwinningspunten die je nodig hebt om te winnen.

Eigenschappen die vaak terug komen

Daarnaast zijn er een aantal acties op karakterkaarten die vaak voorkomen. Je herkent ze omdat ze dikgedrukt zijn in de tekst.

Rush – Als een karakter deze eigenschap heeft, kan het karakter direct de tegenstander uitdagen als hij wordt gespeeld. Hij hoeft dus niet te wachten tot zijn inkt droog is. Je moet de kaart vervolgens wel een kwartslag draaien en ze mogen ook nog geen andere activiteiten doen zoals op queeste gaan.

Evasive – Dit is een passieve eigenschap van een aantal karakters. Deze karakters kunnen alleen uitgedaagd worden door andere karakters die deze eigenschap hebben. De evasive karakters kunnen zelf wel nog steeds iedereen uitdagen.

Challenger – Dit karakter krijgt extra kracht op het moment dat ze iemand aanvallen.

Support – Als dit karakter op queeste gaat, mag je zijn kracht optellen bij een karakter dat een tegenstander uitdaagt.

Ward – Dit karakter kan alleen gekozen worden in een uitdaging. Alle andere eigenschappen hebben dus geen effect op deze kaart.

Bodyguard – Dit karakter helpt je met het verdedigen van de andere karakters. Hiervoor moet hij wel inspanning leveren. Als de tegenstander je uit wil dagen, en je bodyguard ligt een kwartslag gedraaid, dan moet hij eerst de bodyguard verbannen voordat hij andere karakters uit mag dagen.

Singer – Een zanger kan liedjes zingen die meer inkt kosten dan hijzelf.

Shift – In dit geval kost een andere versie van hetzelfde karakter minder inkt om te spelen, zoals bij de Tinker Bell kaart hierboven. Heb je een andere versie Tinker Bell in je hand? Dan mag je die op de plaats van deze leggen voor maar 4 inkt. De nieuwe kaart wordt over de bestaande kaart gelegd.

Extra oefenen?

Zijn de regels toch niet helemaal duidelijk? Kom dan vooral langs voor een oefenpotje bij de stand van Ravensburger tijdens Spellenspektakel. Ook kun je tijdens de beurs terecht bij 4 Your Games om jouw eigen Lorcana decks uit te breiden. Veel speelplezier!